Coenagrion soort met vaak opvallend veel groen, vooral aan de onderzijde. Mannetje hebben een omgekeerde halve maan op S2, meestal tussen 2 strepen, met wie het maantje een enkele maal is verbonden. Het zwart op S3-S7 loopt niet aan de zijkanten naar voren door. Het vrouwtje heeft op S8 een soort klokvormige tekening. Net zoals bij alle Coenagrion-vrouwtjes is het halsschildje uiteindelijk doorslaggevend.
Zeldzame voorjaarssoort van vennen en hoogveen.
| Noord-Nederland: | Zeldzaam. |
|---|---|
| Nederland: | Vrij zeldzaam. |
| Vliegtijd: | mei, juni |
Voedselarme vennen, hoogveen.

Volwassen mannetje met typerende rugtekening (let mn op S2) en groene onderkant van de ogen.

Zelfde dier van de bovenkant gezien.

Volwassen vrouwtje, het klokachtige figuurtje is samen met de groene ogen typerend.

Andere kleurvarieteit van het vrouwtje.

Groen vrouwtje.

Closeup van het vrouwtje. Let op het halsschildje.

Mannetje met afwijkende tekening op S2. Er bestaat ook nog een vorm waarbij de beide zijstrepen afwezig zijn, en S2 dus alleen uit een maantje bestaat.
Dit mannetje is van mannetjes van de Variabele Waterjuffer te onderscheiden doordat S3-S5 opzij geen naar voren lopende spitsen hebben.

Zelfde mannetje. Het maantje op S2 is verbonden met de zijstrepen.

Oud vrouwtje met klokvormige tekening op S8

Jong vrouwtje. De onderkant van de ogen begint al groen te worden. Ook S2 is redelijk typerend.

Foto van hetzelfde dier waarop het halsschildje goed zichtbaar is. S8 bevat erg weinig blauw, maar S2 is wel weer typerend.

Jong mannetje.

Dit vrouwtje was in alle opzichten een lastpak om te determineren.