Achterhoofd met scherp begrensde gele onderkant. Mannelijke achterlijfsaanhangselen: buitenste licht en binnenste kort. Bij berijpte mannetjes is alleen S9 en S10 berijpt. Pterostigma bruin met witte zijranden.
Vrij algemeen bij dicht met russen en biezen begroeide vennetjes.
| Noord-Nederland: | Vrij algemeen in Drenthe. |
|---|---|
| Nederland: | Vrij algemeen in oost en zuid Nederland. |
| Vliegtijd: | juni tot oktober. |
zie boven.

Mannetje. Er is alleen berijping op S9 en S10, wat kenmerkend is. Daarnaast zijn de onderkanten van de ogen geel (komt ook bij Zwervende, en bij jonge dieren van bv. de Gewone voor), terwijl de pterostigma bruin met witte omranding zijn.

Vrouwtje. Onderkant van de ogen geel. Het groene driehoekje op de zijkant van het borststuk loopt door tot de daaronder liggende naad, terwijl het groen boven de middenpoot geen door geel omgeven rondje is (is ook kenmerkend voor de Tangpantserjuffer, die veel robuuster is).

Closeup van bovenstaand mannetje...

en van een vrouwtje.

Nog een vrouwtje.

Nog een mannetje...

en nog een.

Nog een vrouwtje...

en weer een.

Oud mannetje, waarbij de achterkant van de ogen niet geel meer zijn...

Oud vrouwtje.

Close-up van een berijpt (al wat ouder) vrouwtje aan de maaltijd.

Jong vrouwtje.

Net volwassen mannetje.

Jong mannetje met witte achterlijfsaanhangselen.

Closeup waarop duidelijk de gele onderkant van de ogen te zien is (vrouwtje).

Eiafzettend tandem op pitrus (niet boven het water!)

Idem, maar ander tandem.

Ei-afzettend vrouwtje. Vergelijk deze foto met de beide voorgaande foto's.

Kiekeboe (oud mannetje)