Heidelibellen - Sympetrum
Newman, 1833

 

Soorten:

Kenmerken:

Heidelibellen zijn kleine, tengere rode, gele, bruine of zwarte libellen.
Ze hebben nooit blauwe berijping op de rug zoals bv. Oeverlibellen en Platbuik, en ook nooit zwarte vlekken op de basis van de vleugels (zoals bv Witsnuitlibellen en Viervlek).
De dieren met rood op de rug kunnen alleen met de Vuurlibel verward worden en verschillen daarvan dat die een breed achterlijf en oranje poten hebben. De poten van Heidelibellen zijn altijd zwart, of zwart en geel.
De gele dieren kunnen verder met Oeverlibellen verward worden. Hiervan hebben de vrouwtjes en jonge mannetjes van de enige algemene soort (Gewone Oeverlibel) 2 brede strepen aan de zijkant van het achterlijf.

Checklist:

Ogen raken elkaar Nee, probeer Juffers of Rombouten
Dieren groot en slank, vleugels korter dan lengte van het achterlijf Ja, probeer Glazenmakers
Dieren groen of bruin metalig Ja, probeer Glanslibellen
Poten zwart of zwart met geel Nee, ga terug naar Korenbouten
Donkere vlekken op de basis van de achtervleugels Ja, probeer Witsnuitlibellen of Korenbouten
Achterlijf blauw berijpt Ja, probeer Oeverlibellen of Korenbouten
Meestal forse libellen met afgeplat achterlijf Ja, probeer Oeverlibellen, Korenbouten of Vuurlibel
Voorvleugel: 6-8 dwarsaders tussen basis en knoop Nee, 9 of meer: probeer Oeverlibellen
Achtervleugel: 5-6 dwarsaders tussen basis en knoop Nee, 7 of meer: probeer Oeverlibellen

Over snorren en poten:

Geen snor: het zwart boven de snuit loopt niet langs de ogen omlaag. Typisch voor Bruinrode Heidelibel. Wel een snor: het zwart boven de snuit loopt langs de ogen omlaag. Kenmerk van Steenrode maar ook van bv. Bloedrode en Geelvlek.

Snorren kunnen het best schuin van voren bekeken worden. Recht van voren worden ze vaak door de snuit verhuld. Pas goed op met schaduw.

Heidelibellen kunnen onderscheiden worden naarmate er geel op de poten zit: Poten hebben geel als er minimaal een gele streep op zit. Als er alleen wat geel helemaal bovenop de poot zit wordt dit niet als een gele streep beschouwd.

Tabel:

Brede donkerbruine dwarsband door alle vleugels Ja, Bandheidelibel
Ogen aan de onderzijde blauw, vleugeladers aan de voorzijde rood of geel gekleurd. Ja, Zwervende Heidelibel
Poten geheel zwart (hooguit bovenstuk van de dij geel) Ja (Zwarte, Bloedrode en Kempense Heidelibel)
Poten zwart met gele streep Ja (Steenrode, Bruinrode, Zuidelijke en Geelvlek Heidelibellen)

Bandheidelibel - Sympetrum pedemontanum:

Bandheidelibel: Enige heidelibel met brede donkerbruine dwarsband door alle vleugels.

Bandheidelibel - Sympetrum pedemontanum (Müller in Allioni, 1766)

Soorten met zwarte poten:

Tabel:

Zijkant van het borststuk met min. brede zwarte band met 3 gele vlekjes. Zwart met geel tot bijna geheel zwart.

Ja, Zwarte Heidelibel
Achterlijf met druppelvormige vlekjes op segmenten 4-7. Ja, Kempense Heidelibel (Zeer zeldzaam!)
Anders. Ja, Bloedrode Heidelibel

Zwarte Heidelibel - Sympetrum danae:

Zwarte Heidelibel: enige heidelibel waarvan de volwassen mannetjes grotendeels zwart zijn. Zwarte poten en brede zwarte band met gele vlekjes op het borststuk.

Borststuk van opzij gezien met brede zwarte tekening, met gele vlekjes.
Onderzijde achterlijf met veel zwart. Bovenzijde geel (vrouwtjes, jonge mannetjes) tot zwart (oude mannetjes).
Poten zwart. Vrouwtjes met duidelijk uitstaande legschede (niet op de foto te zien).

Zwarte Heidelibel - Sympetrum danae (Sulzer, 1776)

Bloedrode Heidelibel - Sympetrum sanguineum:

Bloedrode Heidelibel: zwarte poten en duidelijke snor. Geel op de vleugels beperkt tot de basis. Onderkant van de ogen niet blauw. Mannetje met knotsvormiger achterlijf dan andere heidelibellen.

Poten zwart. Aanliggende legschede. Duidelijke snor. Volwassen mannetje met knotsvormig achterlijf van het mannetje. Geen druppelachtige tekening op de zijkant van het achterlijf.

Bloedrode Heidelibel - Sympetrum sanguineum (Müller, 1764)

Zwervende Heidelibel - Sympetrum fonscolombii:

Uitgebreide geelbruine of rode vleugeladering. Ogen aan de onderzijde blauw.
Heeft meestal wel geel op de poten, zie onder.

Zwervende Heidelibel - Sympetrum fonscolombii (Selys, 1840)

Kempense Heidelibel - Sympetrum depressiusculum:

Bloedrode Heidelibel: zwarte poten en 2 rijen driehoekjes langs de zijkant van het achterlijf. Maken vaak een oranje indruk.

Verschilt van Bloedrode Heidelibel mn. door de druppelvormige zwarte vlekken op de zijkant van het achterlijf. Ook is de vorm van het achterlijf bij het mannetje breder en meer afgeplat. Zeer zeldzaam in Zuid-Nederland.

Kempense Heidelibel - Sympetrum depressiusculum (Selys, 1841)

Soorten met gele streep op de zwarte poten:

Tabel:

Grote gele basisvlekken op in ieder geval de achtervleugels Ja, Geelvlekheidelibel
Vrouwtje met zwarte band op de zijkant van het achterlijf. Ja, Geelvlekheidelibel
Zijkant van het borststuk nagenoeg zonder zwarte tekening. Legboor aanliggend. I.h.a. geen snor. Tekening op de laatste segmenten iha met weinig zwart. Ja, Zuidelijke Heidelibel (zeer zeldzaam)
Snor afwezig Ja, Bruinrode Heidelibel
Snor aanwezig Ja, Steenrode Heidelibel

Geelvlekheidelibel - Sympetrum flaveolum:

Geelvlekheidelibel: Grote gele basisvlekken op de vleugels (behalve bij sommige vrouwtjes). Poten zwart met weinig geel. Mannetjes met zwarte streep op de onderkant van het achterlijf, vrouwtjes op de zijkant hiervan.

Achterlijf met doorgetrokken zwarte streep (vrouwtjes) of van onder geheel zwart (mannetjes). Mannetjes altijd, vrouwtjes meestal met grote gele vlek aan basis van de achtervleugels. Poten zwart met gele strepen. Legboor aanliggend.

Geelvlekheidelibel - Sympetrum flaveolum (Linnaeus, 1758)

Zwervende Heidelibel - Sympetrum fonscolombii:

Zwervende Heidelibel: uitgebreide rood of geelkleuring van de voorste vleugeladers. Ogen aan de onderkant blauw. Poten meest zwart met geel, soms zwart.

Uitgebreide geelbruine of rode vleugeladering. Ogen aan de onderzijde blauw.

Zwervende Heidelibel - Sympetrum fonscolombii (Selys, 1840)

Steenrode Heidelibel - Sympetrum vulgatum:

Steenrode Heidelibel: Gele strepen op de poten die breder zijn dan die van de bruinrode. Met snor. Legboor afstaand.

Heidelibel met gele strepen op de poten en een snor. Vergelijk eerst de andere soorten. Legboor afstaand.

Steenrode Heidelibel - Sympetrum vulgatum (Linnaeus, 1758)

Bruinrode Heidelibel - Sympetrum striolatum:

Bruinrode Heidelibel: Gele strepen op de poten smal. Geen snor. Legboor afstaand.

Heidelibel met gele strepen op de poten maar zonder snor. Vergelijk eerst de andere soorten. Legboor afstaand.

Bruinrode Heidelibel - Sympetrum striolatum (Charpentier, 1840)

Zuidelijke Heidelibel - Sympetrum meridionale:

Zuidelijke Heidelibel: Bijna geen zwart op zijkant van het borststuk. Meestal een snor. Weinig of geen zwart of de laatste segmenten. Legboor aanliggend.

Zeer zeldzame zuidelijke soort, die vaak moeilijk van de beide voorgaande soorten te onderscheiden is.

Zuidelijke Heidelibel - Sympetrum meridionale (Selys, 1841)