In oudere literatuur worden ook de namen Sympecma braueri, Sympecma annulata en Sympecma striata gebruikt. Zelfs worden er allerlei combinaties gebruikt, als Sympecma paedisca annulata, Sympecma annulata braueri en Sympecma annulata striata.
Over de taxonomie van deze soort lijkt nog wel wat te zeggen te zijn. Hiervoor verwijs ik naar Jödicke: Die Binsenjungfern und Winterlibellen Europas.
Het belangrijkste verschil met de Bruine Winterjuffer zit in de "groene" tekening op het borststuk: de bovenste band heeft een rechthoekige uitstulping onderaan, en de daar onder liggende band is aan het eind afgeknepen en smaller dan de daarboven liggende lichte schouderstreep.
Zeldzame wintersoort van grote laagveencomplexen.
| Noord-Nederland: | Zeldzaam, alleen in ZO Friesland en ZW Drenthe |
|---|---|
| Nederland: | Zeldzaam, hoofdzakelijk beperkt tot een beperkte straal rondom de Weerribben. |
| Vliegtijd: | Voorjaar en najaar ('s winters overwintert de soort in heidevelden, juni en juli is de larventijd) |
Voortplantingsmilieu mn grote laagveencomplexen als Weerribben en Kuinderbos. In oktober verplaatsen de dieren zich naar heideveldjes waar ze ook overwinteren.

Jong vrouwtje. De kenmerken op het borststuk zijn hier goed te zien. Ook is de kleur aanmerkelijk oranjer dan een Bruine Winterjuffer ooit zal zijn.

Bij dit vrouwtje zijn de rechthoekjes ook van boven duidelijk zichtbaar.
Najaars-mannetje.

Najaarsvrouwtje. De vleugels zijn alle achter het lichaam geplaats, typisch winterjuffer gedrag. De pterostigma's in de voorvleugels liggen aanzienlijk dichter bij de basis dan die van de achtervleugels, zodat ze elkaar hier niet overlappen.

Zelfde dier, met uitstulping in de schouderstreep (N.B. niet alle Noordse Winterjuffers hebben dit kenmerk!!!) De onderliggende donkere streep is smaller dan de schouderstreep, en niogal onregelmatig gevormd.
Hieronder foto's van een echte "winter"-juffer-man (begin februari):







Oud, verbleekt mannetje. De voor alle pantserjuffers kenmerkende 5-hoekige cellen in de vleugels zijn te zien. Daarnaast is voor winterjuffers kenmerkend dat de pterostigma van voor en achtervleugels elkaar niet overlappen, terwijl de vleugels in rust i.h.a. gesloten zijn, en gevieren naast het lichaam worden gehouden.

De zijkant van het borststuk is onderscheidend tussen Noordse en Bruine Winterjuffer, maar is bij dit dier helaas afgesleten.