Pantserjuffers - Lestes
Leach, 1815

 

Soorten:

Kenmerken:

Groen- of bruin metalige juffers met lange pterostigma, met daaronder 5-hoekige vleugelcellen. Vleugels meestal half uitgeklapt (de Engelse naam is dan ook Spreadwings). Blauwe berijping van delen van het borststuk komt (m.n.) bij mannetjes voor.

Checklist:

Voor- en achtervleugels gelijk gevormd Nee, probeer 'Echte Libellen'
Vleugels kleurloos Nee, probeer Beekjuffers
Vleugels met 5-hoekige cellen onder het pterostigma Nee, probeer Waterjuffers of Blauwe Breedscheenjuffer
Lichaam meestal metallic groen of brons, pterostigma's liggen in voor- en achtervleugels even ver van de top. Nee, probeer Winterjuffers

Jonge Pantserjuffers:

Jonge pantserjuffers kunnen vaak moeilijk te herkennen zijn, omdat de pterostigma nog niet uitgekleurd zijn (en dan verwarring met de Houtpantser mogelijk maken). Ook kan het achterhoofd geel zijn van soorten waarbij dat bij oudere dieren niet zo is. Jonge dieren houden soms de vleugels ingeklapt, zoals bij andere juffers.

Houtpantserjuffer vs. andere pantsers:

De Houtpantser heeft altijd witte pterostigma's, een uitgesproken doorn op de zijkant van het borststuk en nooit blauwe berijping. Witte pterostigma's komen ook bij heel jonge dieren van de andere soorten voor!

Doorntje op het borststuk van een houtpantser. Andere pantsers hebben soms ook een doontje, maar nooit zo uitgesproken.

Kleur van het achterhoofd:

Geel achterhoofd met komt voor bij Tengere en Zwervende (maar helaas ook bij jonge dieren van de andere soorten). Scheiding dient abrupt te zijn. Donker achterhoofd is typisch voor Tang- en Gewone Pantserjuffer.

Zijkant van het borststuk:

Deze eigenschappen gelden voor vrouwtjes en voor jonge dieren. Voor berijpte mannetjes kan e.e.a. onder de blauwe berijping verscholen zijn.

Type 1
1 zijkant halsschildje zonder of met weinig groen.
2 groen boven middenpoot eilandje omringd door geel.
3 3-hoekje achterop het borststuk raakt de daaronderliggende naad niet.
Typisch voor Gewone en Zwervende.

Type 2
1 zijkant halsschildje met veel groen.
2 groen boven middenpoot niet geel omringd.
3 3-hoekje achterop het borststuk raakt de daaronderliggende naad.
Typisch voor Tang en Tengere.

zie ook de volgende links:

Mannelijke achterlijfsaanhangselen:

Buitenste: donker
Binnenste: lang
Gewone en Tangpantserjuffer

Buitenste: licht
Binnenste: kort
Tengere en Zwervende Pantserjuffer

Tabel:

Zijkant van het borststuk met duidelijke doorn. Pterostigma's altijd licht Ja, Houtpantserjuffer

Achterhoofd licht, achterlijfsaanhangselen bij mannetje: binnenste kort, buitenste licht

zijkant type 1; pterostigma 2-kleurig; berijping bij mannetje beperkt tot s10 Ja, Zwervende Pantserjuffer
zijkant type 2; pterostigma gezoomd; berijping bij mannetje op s8-s10 Ja, Tengere Pantserjuffer

Achterhoofd i.h.a. donker, achterlijfsaanhangselen bij mannetje: binnenste kort, buitenste licht

zijkant type 1; binnenste achterlijfsaanhangselen bij mannetje recht; legboor relatief klein Ja, Gewone Pantserjuffer
zijkant type 2; binnenste achterlijfsaanhangselen bij mannetje lepelvormigt; legboor groot klein Ja, Tangpantserjuffer

Houtpantserjuffer:

Houtpantserjuffer: Borststuk met doorntje. Pterostigma altijd licht. Nooit berijping.

Een slanke pantser met witte pterostigma's, een doorntje op het borststuk en nooit berijping. Achterlijfsaanhangselen van het mannetje wit, en de binnenste zijn kort.

Houtpantserjuffer - Lestes viridis (Vander Linden, 1825)

Gewone Pantserjuffer

Gewone Pantserjuffer: samen met Tangpantser lastig duo. Vgl. de tekening op het borststuk, bij mannetjes de binnenste achterlijfsaanhangselen (recht), en berijping op S2 (bijna geheel, of met onregelmatige scheidslijn tussen berijpt en onberijpt), bij vrouwtjes steekt de legboor niet onder het achterlijf uit.

Achterhoofd hooguit bij jonge dieren geel. Zie boven voor mannelijke achterlijfsaanhangselen en zijkant van het borststuk. Bij berijpte mannetjes is S2 of niet voor 2/3e berijpt, of de voorrand hiervan is niet recht. S8 is i.h.a. nooit volledig berijpt. Minder fors dan de Tangpantserjuffer.

Gewone Pantserjuffer - Lestes sponsa (Hansemann, 1823)

Tangpantserjuffer

Tangpantserjuffer: samen met Gewone Pantser lastig duo. Vgl. de tekening op het borststuk, bij mannetjes de binnenste achterlijfsaanhangselen (lepelvormig), en berijping op S2 (voor 2/3e berijpt, met rechte rand), bij vrouwtjes steekt de legboor onder het achterlijf uit.

Achterhoofd hooguit bij jonge dieren geel. Zie boven voor mannelijke achterlijfsaanhangselen en zijkant van het borststuk. Bij berijpte mannetjes is S2 voor 2/3e berijpt, met rechte voorrand hiervan. S8 is meestal volledig berijpt. Forser dan de Gewone Pantserjuffer.

Tangpantserjuffer - Lestes dryas Kirby, 1890

Tengere Pantserjuffer

Tengere Pantserjuffer: Achterhoofd met gele onderkant. Pterostigma bruin met witte zoom. Berijping beperkt tot S8-S10. Zie boven voor mannelijke achterlijfsaanhangselen en zijkant van het borststuk.

Achterhoofd met scherp begrensde gele onderkant. Zie boven voor mannelijke achterlijfsaanhangselen en zijkant van het borststuk. Bij berijpte mannetjes is alleen S9 en S10 berijpt. Pterostigma bruin met witte zijranden.

Tengere Pantserjuffer - Lestes virens (Charpentier, 1825)

Zwervende Pantserjuffer

 
Zwervende Pantserjuffer: Achterhoofd met gele onderkant. Pterostigma bruin/wit. Berijping beperkt tot S10. Zie boven voor mannelijke achterlijfsaanhangselen en zijkant van het borststuk.

Achterhoofd met scherp begrensde gele onderkant. Zie boven voor mannelijke achterlijfsaanhangselen en zijkant van het borststuk. Mannetjes nooit berijpt. Pterostigma 2-kleurig.

Zwervende Pantserjuffer - Lestes barbarus (Fabricius, 1798)