De ogen staan (net als bij de juffers) ver uiteen. Achterlijf met lichte streep over minimaal S3-S7. Alle soorten zeldzaam tot zeer zeldzaam.
| Vleugels gelijkvormig | Nee, probeer Juffers |
|---|---|
| Ogen ver uiteen | Nee, probeer Glazenmakers, Glanslibellen of Korenbouten |
| Achterlijf met lichte streep over minimaal S3-S7 | Nee, probeer Gaffellibel of Kleine Tanglibel |
| Poten zwart, zonder geel. Lichte middenstreep op achterlijf eindigt op segment 7. | Ja, Beekrombout (zeldzaam !) |
|---|---|
| Middenstreep 4 op het borststuk loopt door tot aan de rug. Achterlijf niet knotsvormig verdikt. | Ja, Plasrombout (zeldzaam !) |
| Gele schouderstreep loopt door tot basis van de middenpoot. | Ja, Rivierrombout (zeer zeldzaam !!!) |
![]() |
![]() |
| Beekrombout: Poten en bovenkant van de laatste achterlijfssegmenten geheel zwart. | |
Donkere rombout met geheel zwarte poten. Zeldzame zuidelijke beeksoort.
![]() |
![]() |
| Plasrombout: Middelste streep (die met dat rondje) loopt door over het hele borststuk. | |
Enige rombout met een geheel doorlopende middenstreep. Soort van grote zandplassen.
|
![]() |
| Rivierrombout: Poten geel met zwart, zonder doorlopende middenstreep op het borststuk. | |
Poten geel met zwart, zonder doorlopende middenstreep op het borststuk. Zeer zeldzame soort van de grote rivieren.